Pups, drachtige en zogende teef


Voedingsbehoeften van drachtige en zogende teven

Om er zeker van te zijn dat de gewichtstoename bij grote teven niet boven 20% en bij kleine teven niet boven 30% uitkomt, is het zeer belangrijk om het gewicht van de drachtige teef te controleren. Bij een te sterke toename van het gewicht van de teef neemt het risico op geboorteproblemen toe. Gedurende de dracht en het zogen moet de teef een juist samengestelde voeding krijgen zodat haar voedingsreserves niet volledig uitgeput raken. Bij een onjuiste voeding zal de teef moeizamer herstellen van deze veeleisende periode.

De voedingsbehoefte is hoger gedurende de dracht

Een teef is circa 63 dagen drachtig. Vanaf de 5e tot 6e week van de dracht beginnen de voedingsbehoeften van de teef toe te nemen. 25% Van de foetus ontwikkelt zich in de eerste 6 weken van de dracht, in de weken 6 tot en met 9 ontwikkelt de foetus zich dus voor de resterende 75%. Gedurende het laatste derde gedeelte van de dracht is er een speciale hoge behoefte aan:

Energie: + 50 tot 70%
Eiwitten: + 170 tot 180%
Mineralen: ++ (calcium, fosfor)
Vitaminen: ++

De verhoogde voedingsbehoefte wordt het best ondervangen door de teef vanaf de 5e-6e week een speciaal samengestelde voeding te geven. Starter puppy is een product dat volledig voldoet aan de voedingsbehoefte van de teef.

De teef heeft naast de behoefte aan meer energie ook de behoefte aan een geconcentreerde en licht verteerbare voeding. Want tijdens de dracht drukt de baarmoeder op de maag en daardoor verkleint de maaginhoud van de teef. Grote hoeveelheden voeding kan de teef derhalve slecht verteren.



Voedingsbehoefte tijdens het zogen

De zoogperiode duurt normaal 4 tot 5 weken met een geleidelijke afname vanaf de 4e week. De energiebehoefte gedurende die periode is veel hoger dan normaal, omdat de teef ook de voeding voor haar pups moet produceren. Deze voeding "tevenmelk" is zeer rijk aan energie en eiwit. Daarom is het noodzakelijk dat de teef zelf een voeding krijgt die rijk is aan energie en een zeer hoge verteerbaarheid heeft. De werkelijke voedingsbehoefte is erg variabel en is hoofdzakelijk afhankelijk van de grootte van het nest. De voedingsbehoefte kan bijvoorbeeld bedragen:

Energie: + 325%
Eiwitten: + 725%
Mineralen: ++++ (Calcium, fosfor)
Vitaminen: ++++


Om verteringsproblemen te voorkomen is het aan te raden, tijdens de laatste periode van de dracht tot aan de tijd dat de pups volledig gespeend zijn, dezelfde voeding te geven. Tijdens deze belangrijke periode zijn de darmen van de teef gevoelig voor verandering van voeding. Een pup drinkt bij de teef meer dan 20 keer gedurende de dag en nacht. De hoeveelheid melk die de teef moet produceren per dag komt overeen met 20-25% van het gewicht van de pup (maal het aantal pups in een nest).

Voor drachtige teven vanaf de 6e week adviseren wij u Starter puppy (MINI en MEDIUM teven), MAXI Babydog ultra sensible of GIANT Babydog ultra sensible. als dagelijkse voeding. Ook tijdens de zoogperiode en daarna totdat de teef geheel hersteld is van de dracht, is Starter puppy de aangewezen voeding. De eerste 5 weken van de dracht kunt u volstaan met de adult voedingen uit het Size Health Nutrition assortiment. Tijdens de zoogperiode mag de teef onbeperkt gevoerd worden, houd wel de lichaamsconditie van de teef goed in de gaten.

Colostrum, ook wel biest genoemd, is de eerste melk die de teef produceert na de geboorte van de pups. De eerste 24-48 uur is het belangrijk dat de pups, indien mogelijk, bij de moederteef zogen. Het colostrum bevat anti-stoffen tegen infecties, zodat de pup een goed begin heeft om een solide weerstand op te bouwen. Indien de melkproductie ontoereikend of van onvoldoende kwaliteit is, is bijvoeding noodzakelijk. Wij adviseren hiervoor 1st age Milk.

Pup tijdens de speenperiode

Na de geboorte zijn pups totaal afhankelijk van de tevenmelk, hun enige bron om in leven te blijven. Het is zeer belangrijk om gedurende de eerste dagen de groei van de pup te controleren door ze dagelijks op hetzelfde tijdstip te wegen. Spenen moet vervolgens goed gebeuren zodat de pup en zijn organen gewend raken aan een geheel nieuwe voeding. Als de pup over moet gaan schakelen van vloeibare voeding naar vaste voeding is het verstandig om dit via een tussenstap te doen.

Spenen is een kritische periode

De eerste stap van het spenen begint na de 3e week door kleine hoeveelheden geweekte voeding te geven. Gedurende de speenperiode zijn pups zeer gevoelig voor diarree, hetgeen deels verklaard kan worden door het beperkt vermogen om zetmeel te verteren. Het vermogen om zetmeel te verteren is slechts 5-10% van dat van een volwassen hond (zie grafiek). Om het risico van diarree te minimaliseren en om een optimale vertering te verzekeren, dient de pup een voeding te krijgen die zeer hoog verteerbaar is en een laag zetmeelgehalte heeft. Wij adviseren hiervoor Starter puppy (MINI en MEDIUM pups), MAXI Babydog ultra sensible of GIANT Babydog ultra sensible.